Wij voeren een terughoudend aannamebeleid om de grootte van de groepen beperkt te houden. Indien het aantal kinderen vanaf groep 3 meer dan 30 is nemen wij in principe geen kinderen meer aan voor die groep.
Kinderen die voor tot en met december op school komen stromen in in groep 1.
Kinderen die voor 1 januari 4 jaar worden maar pas in januari op school starten, komen in groep 0. Na de zomervakantie gaan deze kinderen door naar groep 1. Dit zijn de zogenaamde “late leerlingen”.
”In de zandbak gespeeld” , of ”een werkje gemaakt” , is dan vaak het antwoord.
Dat er veel meer gebeurt begrijpt u. Op een speelse, bij de ontwikkeling van een kleuter passende manier, wordt er gewerkt aan verschillende ontwikkelingsgebieden.
-
Sociaal-emotionele ontwikkeling
-
Werkgedrag
-
Taalontwikkeling
-
Rekenontwikkeling
-
Motorische ontwikkeling
-
Oefenen van zintuigen
-
Expressie
In de groepen 1/2 wordt thematisch gewerkt. Een thema (bijvoorbeeld: herfst, sinterklaas, het bouwterrein, etc.) duurt 3 à 4 weken en loopt als een rode draad door de les- en ontwikkelingsactiviteiten. Kinderen mogen materialen en boeken die te maken hebben met het thema meenemen voor de kijktafel.
Ongeveer tien minuten voor de aanvang van de school gaan de deuren open.
De leerkracht wil graag de kinderen verwelkomen en daarom is het volgende belangrijk:
-
er hangt voor de ouders een schriftje bij de deur waar u belangrijke zaken in kunt schrijven (opa en oma komen het kind ophalen, het kind blijft onverwacht een keertje over, etc). De leerkracht leest het schriftje op een later moment en is dan op de hoogte.
-
wilt u een afspraak maken, dan kunt u dit bij de leerkracht aangeven.
U heeft tot 8.30 en tot 13.15 uur de gelegenheid om even met uw kind in de klas te kijken en afscheid te nemen, daarna gaan we echt beginnen.
Een aantal keer per jaar zijn er inloopmomenten, zodat u samen met uw kind een kwartier langer in de groep kunt spelen of werken. De leerkracht zal aangeven wanneer deze momenten zijn.
Aan het begin van de dag bespreekt de leerkracht met de kinderen hoe de dag eruit ziet. Hiervoor gebruiken we dagritmekaarten: platen die de activiteiten van de dag laten zien.
Een doorsnee ochtend kan er als volgt uitzien:
| Kring |
- Godsdienstige vorming |
| Spelen en werken | - De kinderen gaan knutselen/tekenen/spelen in de hoeken/verven etc. * |
| Eten en drinken | - Tijd voor een gezond tussendoortje** |
| Kring | - Taalactiviteit/ rekenactiviteit/ wereldoriëntatie |
| Motorische ontwikkeling | - Buiten spelen/ gymzaal/ speellokaal |
| Kring |
Het samen spelen en samen beleven speelt gedurende de dag een belangrijke rol als onderdeel van de sociale vorming.
*Spelen en werken is beter gezegd: spelen in de hoeken en werken aan een tafel.
Beiden zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het kind.
Beiden proberen we gedurende de kleuterjaren voldoende aan bod te laten komen.
In elke kleutergroep hangt een planbord waarop de kinderen hun werk/ spel kiezen.
Er wordt aan het begin van de week met de kinderen afgesproken welke activiteiten ze moeten doen. Oudste kleuters hebben meer verplichte activiteiten dan jongste kleuters. Op het planbord kan het kind aangeven welke verplichte activiteiten hij/zij heeft gedaan.
Naast de verplichte activiteiten zijn er ook keuze activiteiten, dit zijn voornamelijk werkjes die de kinderen zelfstandig doen.
Gedurende het spelen en werken geeft de leerkracht instructie, zij/hij speelt mee in de hoeken, stuurt aan waar nodig, geeft individuele begeleiding, werkt met kinderen aan handelingsplannen en observeert het spelgedrag en de werkhouding van kinderen.
Af en toe mogen de kinderen speelgoed van thuis meenemen om er met anderen mee te spelen. De leerkracht geeft aan wanneer dit zal zijn. Wij doen ons best om ervoor te zorgen dat er geen speelgoed kapot gaat of zoekraakt, maar wees erop bedacht dat dit kan gebeuren.
** voor het ‘eten en drinken- moment ‘ mogen de kinderen iets te drinken (beker of pakje) en te eten (bijv. liga-koek of stukje fruit of één boterham) meenemen.
Heeft u nog vragen, stelt u ze gerust!
Daarnaast nemen wij voor spelling, begrijpend lezen, technisch lezen en (hoofd)rekenen ook methodeonafhankelijke toetsen af van CITO.
Deze toetsen worden verwerkt in een leerlingvolgsysteem. Dit systeem heeft tot doel op een methode onafhankelijke wijze van elk kind de leerresultaten te meten over een langere periode. Hierdoor zien we hoe een kind zich over een langere periode ontwikkelt.
Aangezien deze toetsen landelijk genormeerd zijn, is het mogelijk een objectieve inschatting van de leerprestaties van (nieuwe) kinderen te maken. Alle resultaten van deze methode onafhankelijke toetsen worden verzameld in ons digitaal leerlingvolgsysteem. Ook zullen de resultaten van het leerlingvolgsysteem vermeldt worden in het rapport van uw zoon/ dochter. Tijdens de oudergesprekken zullen de toetsresultaten van uw zoon/ dochter worden besproken.
Een goede taal- en spraakontwikkeling is ook een belangrijke basis voor het leerproces. Soms verloopt de taal- en/of spraakontwikkeling niet vanzelf.
Logopedische problemen die kunnen voorkomen bij kinderen in de basisschoolleeftijd zijn:
-
vertraging in de taalontwikkeling (slechte zinsbouw, onvoldoende taalbegrip, kleine woordenschat);
-
het niet of verkeerd uitspreken van klanken (spraakproblemen);
-
moeite met het nauwkeurig luisteren naar klanken, woorden en zinnen;
-
stotteren;
-
broddelen;
-
stem;
-
mondademen, duim- en speenzuigen.
Als ouders, leerkrachten of anderen twijfelen over de taal of spraak van het kind dan kunnen zij de logopedist vragen om het kind te onderzoeken, aanmelding zal alleen gedaan worden na toestemming van de ouders.
Dit geldt voor alle kinderen van de basisschool, van groep 1 t/m 8.
Als uit het onderzoek blijkt dat er iets aan de hand is, overlegt de logopedist met ouders en leerkrachten. Gezamenlijk wordt besloten wat er verder gaat gebeuren. De mogelijkheden zijn:
-
controle op korte of lange termijn;
-
adviezen voor ouders en leerkracht;
-
verwijzing naar een vrijgevestigde logopedist.
Ook kan door de logopedist op school voorlichting gegeven worden aan ouders, leerkrachten en andere betrokkenen. Daarnaast wisselt de logopedist informatie uit met andere betrokkenen zoals schoolbegeleider, jeugdarts, jeugdverpleegkundige en vrijgevestigde logopedist.
Voor vragen kunt u contact opnemen met de logopedist op school of bellen (tussen 16.00 uur en 17.00 uur) met:
GGD Flevoland - Afdeling Jeugdgezondheidszorg/Logopedie
Boomgaardweg 4
1326 AC Almere
T 036-5357300
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
www.ggdflevoland.nl
Zorgcoördinatie en interne begeleiding
Er wordt naar gestreefd om de extra hulp die een kind nodig heeft in de groep te laten plaatsvinden: daar hoort een kind immers thuis en kan de hulp enkele minuten per dag terugkeren. Extra hulp kan ook nodig zijn omdat een kind veel meer aankan dan in het reguliere programma wordt geboden. Uitval naar boven noemen we dat. Samen met de groepsleerkracht worden problemen van kinderen door de interne begeleider geanalyseerd en wordt er een handelingsplan opgesteld. Indien nodig volgt er nog nader onderzoek door de interne begeleider.
Na een aantal weken wordt vervolgens gekeken of er daadwerkelijk vooruitgang is geboekt. Tijdens gesprekken met ouders naar aanleiding van die aparte aanpak, zal de interne begeleider veelal aanwezig zijn. Mocht die vooruitgang niet worden geconstateerd, dan wordt bijvoorbeeld in een Multidiciplinair Overleg (MDO) de Schoolbegeleidingsdienst geraadpleegd. Dit laatste hoeft niet in te houden dat wij direct aan speciaal onderwijs denken. Heeft u vragen rond de ontwikkeling van uw kind, blijf er niet mee rondlopen, ga in eerste instantie naar de groepsleerkracht of anders naar een van onze interne begeleiders:
Greta Jacobi (1-2)
Carla Maas (3-5)
en Mieke Treur (6-8)
Zorg (extra leerhulp / remedial teaching)
Sommige kinderen hebben enkele momenten per week individuele aandacht nodig. Dit gebeurt zoveel mogelijk binnen de groep. Om u bij het leerproces te betrekken en te streven naar regelmaat, willen wij u vragen om bijvoorbeeld elke dag 10 minuten te lezen met uw zoon of dochter. Bij extra hulp is een goede samenwerking tussen de groepsleerkracht, ouders en interne begeleider belangrijk ten behoeve van de voortgang in de ontwikkeling van het kind.
Zorg (verrijking)
Juf Mieke en juf Nel geven leiding aan de ‘zolderclub’. Deze is bedoeld voor slechts enkele kinderen uit groep 4 t/m 8 die om cognitieve redenen extra uitdaging nodig hebben. Zij werken projectmatig.
-
Systeembegeleiding
Deze begeleiding is gericht op de verdieping van ons onderwijssysteem zoals die genoemd is onder het kopje ‘kwaliteit van onderwijs’. -
Kindbegeleiding
Als een leerkracht merkt dat een kind achter blijft in zijn/haar ontwikkeling kan onderzoek en hulp van de SBDIJ gewenst zijn.
Na toestemming van de ouders kan bij enkele kinderen een onderzoek door de SBDIJ plaatsvinden. De ons toegemeten tijd voor onderzoek bij kinderen is daarbij beperkt. Dit onderzoek omvat veelal de volgende onderdelen:
-
een intakegesprek met ouder(s)/verzorger(s) en indien nodig de leerkracht;
-
een OWR (onderwijskundig rapport) waarin de school de SBDIJ de nodige info verschaft;
-
het afnemen van een test / observatie e/o gedragsvragenlijsten;
-
een nagesprek met ouder(s)/ verzorger(s), leerkracht en intern begeleider.
Na het onderzoek geeft de schoolbegeleider een advies omtrent het verdere handelen. In veel gevallen wordt een handelingsplan opgesteld. Dit plan wordt besproken met de groepsleerkracht en bij voorkeur door de groepsleerkracht uitgevoerd. De adviezen en begeleiding van de SBDIJ zijn er in eerste instantie op gericht om de kinderen binnen de school te helpen. Daar waar dit niet mogelijk is kan verwijzing naar een andere vorm van onderwijs tot de mogelijkheden behoren.
Onze organisatie is wel geschikt om gedifferentieerd onderwijs te bieden aan zowel kinderen die behoefte hebben aan extra moeilijke leerstof als aan kinderen die meer herhaling nodig hebben, maar ze is niet geschikt om meerdere kinderen individueel onderwijs te geven. Daarvoor zijn de groepen te groot en de middelen te gering. Sommige kinderen zijn erg gebaat bij kleinere klassen en meer individuele aandacht dan wij kunnen bieden. Hierbij kunnen zowel gedragsproblemen als leerproblemen een rol spelen.
Als wij denken dat een kind beter tot zijn of haar recht komt in een ander onderwijstype, dan vragen wij de ouders het kind aan te melden bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Hierin hebben met name deskundigen vanuit het speciaal onderwijs zitting. Deze commissie laat (aanvullende) onderzoeken uitvoeren om te kunnen bepalen waarom, ondanks alle extra hulp, het gewenste resultaat niet is behaald. Er wordt vaak ook gekeken naar intelligentie en sociaal-emotionele ontwikkeling. Een medisch onderzoek behoort eveneens tot de mogelijkheden. De resultaten van deze onderzoeken leiden tot een conclusie waarin staat welke school of onderwijsvorm het beste bij het kind past of welke aanvullende hulp nodig is.
Natuurlijk gebeurt een en ander altijd in overleg en uitsluitend met toestemming van de ouder(s) of verzorger(s). In de afgelopen vier jaar lag de landelijke deelname van kinderen aan het speciaal onderwijs rond de 4%. Ons verwijzingspercentage ligt over die periode op minder dan 1%.
Cluster 1: visueel gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen met een visuele handicap
Cluster 2: dove of slechthorende kinderen, kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden of meervoudig gehandicapte kinderen die één van deze handicaps hebben
Cluster 3: lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, of meervoudig gehandicapte kinderen die één van deze handicaps hebben
Ten behoeve van deze kinderen zijn in Almere reeds goede voorzieningen aanwezig. Wij werken samen met de Oecumenische school voor Speciaal Basisonderwijs De Klimop. Naast overleg, indien er sprake is van verwijzing van een kind, hebben we geregeld overleg binnen intervisiegroepen.
Cluster 4: zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK), langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap en kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten. Hiervoor zijn geen speciale scholen in Almere.
Al jaren nemen wij deel aan het project “Gewoon Anders” waardoor het mogelijk is om kinderen met een ontwikkelingsstoornis of een meer of minder ernstige handicap te laten integreren in ons onderwijs.
Het kan daarbij gaan om een lichamelijke handicap (visueel, auditief of minder valide) of een verstandelijke handicap. (syndroom van Down, zeer moeilijk lerend).
Per 1 augustus 2002 zijn de Wet op de Expertise Centra (WEC) en de regeling leerling-gebonden financieringen van kracht geworden. Deze hebben als doel het bevorderen van de emancipatie en integratie van gehandicapte kinderen.
Binnen onze school betekent dit dat we kinderen met een handicap mogelijkheden kunnen bieden. Dit gaat in samenwerking met ouders/verzorgers en “Gewoon Anders”. In principe zijn dus alle kinderen uit de gemeente Almere welkom op onze school.
Bij aanmelding wordt wel gekeken of verwacht mag worden dat ons team deze leerling kan begeleiden zonder dat de leerling of andere leerlingen zorg en begeleiding tekort komen.
Plaatsing van kinderen die extra zorg nodig hebben hangt dus af van de mogelijkheden en omstandigheden op onze school. Onder invloed van de handicap kan het eindniveau van de betreffende leerling lager liggen dan dat van de gemiddelde leerling in eind groep 8.
Regelmatig zullen er gesprekken zijn met ouders, groepsleerkracht en zorgcoördinator om te bekijken of er voor het kind nog voldoende mogelijkheden zijn op De Buitenburcht.




